Verschenen
op 18 januari 2012, om 17:04 in de categorie
Bv's,
Keuze van de redactie
.
Op 13 augustus 2000 had Johan Museeuw een zwaar motorongeval. De kans is groot dat de ex-wielrenner het frontaalsyndroom heeft, al is dat nooit officieel vastgesteld. Maar sinds dat ongeluk is zijn karakter helemaal anders. “Ik was een halve zot geworden”, zegt hij zelf.
Veel kan Museeuw zich niet herinneren van het ongeluk. “Het was een mooie, warme zondag”, begint Museeuw in Humo. “Twee dagen later zou ik op het vleigtuig stappen naar Sydney voor de Olympische spelen. Véronique en ik beslisten om een ritje met de motor te maken. We namen Stefano mee. Een domme beslissing, achteraf bekeken, maar je kan de klok niet terugdraaien.”
“We waren nog geen kilometer onderweg toen het gebeurde. Ik had altijd mijn geluksbrenger op zak als ik met de motot ging rijden, maar die dag niet: mijn paternoster zat al opgeborgen in mijn koffer voor Sydney. Wat er zich precies heeft afgespeeld, weet ik niet meer: dat is allemaal… wég.” Museeuw vergat zijn richtingsaanwijzer te gebruiken toen hij wilde afslaan en werd aangereden door een auto. Véronique en Stefano bleven ongedeerd, maar Johan werd weggekatapulteerd en kwam met zijn hoofd op de grond terecht. “Gelukkig droeg ik een valhelm, maar mijn linkeroogkas lag aan gruzelementen.”
Ernstig gewond
Johan was ernstig gewond: een schedelbreuk, een bloeding in de hersenen, een geperforeerde long, gebroken ribben en een gebroken kuitbeen. “De dokters hebben lang getwijfeld: openen we zijn schedel? Want de druk in mijn hoofd bleef stijgen. Maar ze wisten met wie ze te doen hadden: na mijn val in Parijs-Roubaix had ik op dezelfde afdeling gelegen en hadden ze op het punt gestaan om mijn been te amputeren. Dat hebben ze gelukkig niet gedaan. Om mij de kans te geven om ooit weer een atleet te zijn, hebben ze mijn schedel niet opengemaakt. Bij iemand anders hadden ze dat al lang gedaan, maar niet bij Johan Museeuw.”
Na het ongeval veranderde het karakter van Museeuw. “Ik heb rare stoten uitgehaald. Zo belde ik amper twee dagen nadat ik uit mijn coma was ontwaakt naar Eddy Merckx om te zeggen dat ik de Spelen nog wel zou halen. Ik lag op intensieve zorgen en mijn been zou pas 3 weken later dichtgenaaid worden. En bovenal: de wegrit was op dat moment al gereden. Ik was een halve zot geworden.”
Medicatie en therapie
“De dokters hadden mijn familie gewaarschuwd: de kans is groot dat zijn karakter grondig zal veranderen.” De artsen hebben hem nooit op het frontaalsyndroom getest. “Ik vind dat niet nodig omdat ik mezelf nu beter vind. De dokters zeiden dat ik medicatie moest nemen en naar een therapeut moest gaan. Dat heb ik geweigerd: ik vond dat alles goed ging, vond mijn nieuwe karakter beter dan het oude. Ik ben nog altijd een andere Johan Museeuw dan voor het ongeval, maar ik heb alleen de goede dingen overgehouden.”
Al is niet alles rozegeur en maneschijn. “Je mag me niet vragen wat of hoe, maar ik heb last van bepaalde driften. Eetbuien, drinken,… Soms kan ik ze weerstaan. Soms niet.” Of hij ook last heeft van seksuele driften, wil Museeuw niet zeggen: “Ik houd dat liever voor mezelf.” Wel zegt hij dat het feit dat zijn relatie met Véronique op de klippen liep vast met het ongeval te maken heeft. “Op details durf ik niet ingaan, maar ik moet durven zeggen dat mijn relatie door mijn motorongeval naar de knoppen is gegaan”, besluit Museeuw.
Popularity: 2%